Dat gewelddadig islamisme niet los te zien is van ‘racisme’, ‘islamofobie’ is pervers en gevaarlijk

Kleis Jager | 22 November 2020

Islamisten doen niets anders dan Europese moslims wijsmaken dat zij een vervolgde minderheid zijn’

Wokeness tast het beoordelingsvermogen aan. Dat blijkt maar weer uit de verslaggeving van een hele serie Amerikaanse news outlets rond de aanslagen van 16 oktober (Samuel Paty) en 30 oktober (Nice). The New York Times, The Washington Post, NBC News of CNN wisten het zeker: er is iets mis met de manier waarop Frankrijk omgaat met de islam. Het Franse secularisme, de laïcité, is intolerant. Bovendien worden de meeste moslims ook nog eens afzijdig gehouden van de samenleving om een marginaal bestaan te leiden in uitzichtloze banlieues. Kortom, het probleem is niet zozeer de radicale islam maar racisme en discriminatie. Want waar onderdrukking is, daar is natuurlijk ook geweld. Aldus Amerikaanse woke media.

De toon werd gezet door de New York Times. ‘De Franse politie schiet en doodt een man na een dodelijke aanval met een mes op straat’, stond er boven het eerste online bericht over de onthoofding van Samuel Paty. Na protesten op sociale media werd de kop aangepast. Maar de nadruk lag nog steeds op het optreden van de politie: ‘De Franse politie schiet een man dood die een leraar onthoofde op straat.’ Uiteindelijk – we zien de dienstdoende redacteur worstelen – werd dit: ‘Een man onthoofdt een leraar op straat in Frankrijk en wordt gedood door de politie.’

Vervolgens focuste de NYT op ‘de vragen die het gebruik van Mohamed-cartoons door Paty oproept’. Niet nader aangeduide ‘kenners’ beweerden dat tekeningen niet geschikt zijn voor educatieve doeleinden. Ook de Washington Post probeerde de aanslag te verklaren uit het optreden van Paty. NBC News wist zelfs te melden dat Paty gewaarschuwd was om de cartoons niet te tonen, een uit de lucht gegrepen verhaal.

Ondertussen vielen de termen jihadisme en islamisme zelden. En als dat wel gebeurde werden er aanhalingstekens bijgezet, om aan te geven dat we echt heel erg moeten oppassen met deze kwalificaties.

In analyses en opiniestukken die de toepassing van de sharia in een keurige woonwijk van het Parijse voorstadje Conflans-Sainte-Honorine moesten duiden begon het grote victim blamen pas echt. Macron’s voornemen om de politieke islam te bestrijden, dat hij al begin oktober bekend had gemaakt, zou olie op het vuur zijn zo klonk het overal.

De onlangs van tegenstemmen gezuiverde opinieredactie van de NYT publiceerde een op ed met die boodschap van Vincent Geisser. Dat is een Franse socioloog die er om bekend staat dat hij islamcritici systematisch beschuldigt van islamfobie, precies de man dus die je nodig hebt op zo’n moment. Een reportage – die verscheen op de dag van de aanslag in Notre-Dame basiliek in Nice – gaf uitsluitend het woord aan Franse moslims die zich bedreigd voelen door de regering.

Washington Post-correspondent James McAuley ging misschien wel het verst. Hij vroeg zich af waarom Macron het islamisme wil bestrijden terwijl hij voorbij gaat aan de kern van het probleem: de beklagenswaardige toestand van de bevolking in de probleemwijken. Volgens McAuley bestaat er onder experts brede overeenstemming dat radicalisering en geweld het gevolg zijn van – toe maar – ‘systemisch racisme’.

Als Amerikaan had McAuley zich de Boston Marathon Bombers kunnen herinneren. De Tsjetsjeense broers Djokhar et Tamerlan Tsarnaïev hadden, zoveel is zeker, geen enkele ervaring met Frankrijk. Het weerhield ze er niet van om in 2013 een paar bommen tot ontploffing te brengen tijdens de oudste jaarlijkse marathon in de wereld. Er vielen drie doden en 264 gewonden in Boston. Maar in plaats van een analyse van deze interessante parallel oreerde de verslaggever van de krant van Woodward en Bernstein verder over ‘de hypocrisie van Frankrijk’. Zelfs het culturele separatisme in geïslamiseerde wijken, zo moeten we begrijpen, is hun eigen schuld. Moeten ze moslims maar niet zo stigmatiseren.

Inderdaad hebben een aantal sociale wetenschappers dit idee populair gemaakt. Maar de hypothese dat het geweld uiteindelijk een reactie is op een afwijzing werd nooit ondersteund door enig serieus onderzoek. En het blijkt keer op keer niet bestand tegen een confrontatie met de meest basale feiten.

Neem Abdoullakh Anzorov, de Tsjetsjeen die Paty onthoofde. Aboullakh was zes toen hij met zijn ouders in Frankrijk arriveerde. De Franse IND oordeelde drie jaar later, in 2010, dat het vluchtverhaal van zijn vader niet geloofwaardig was. Maar senior ging in beroep en het gezin mocht toch blijven.

De Anzorovs werd een sociale huurwoning toegewezen in de Normandische provincieplaats Evreux. De lokale krachtwijk La Madeleine waar ze terecht kwamen, kreeg de laatste jaren een flinke opknapbeurt waar 250 miljoen euro voor werd uitgetrokken. Vader Abouyezid werd geholpen bij het vinden van een baan, hij ging aan de slag bij een particuliere veiligheidsdienst.

Niets in het relaas van de Anzorovs wijst dus op een onheuse behandeling. Om zijn daad te begrijpen, lijkt het dan ook veel zinvoller om te kijken naar de ideologische belangstelling van de jonge Abdoullakh. Al twee jaar was hij opgenomen in een radicaal netwerkje. Hij deelde zijn ideeën met andere Tsjetsjenen en zocht contact met jihadisten in Syrië. Hij kwam op het spoor van Paty door de online haatcampagne van ‘boze ouders’, die werd geleid door een islamistische activist. Precies het type radicaal dat de regering nu graag wil aanpakken.

Ook in het verhaal van de dader van Nice, Brahim Aouissaoui, speelt Frankijk geen rol. Aouissaoui is een Tunesiër – hij werd niet doodgeschoten – die pas een paar dagen voor hij drie mensen afslachtte in het land arriveerde. Aouissaoui is een aanhanger van Ansar al-Sharia, een groep die de beweging van ISIS-rekruten uit Europa coördineerde.

En wat te denken van de Pakistaan die eind september twee jonge Parijzenaars zwaar verwondde met een slagersbijl? Deze Zaheer Hassan Mahmood dacht leden van de redactie van Charlie Hebdo te treffen, maar hij was niet goed op de hoogte. Zijn slachtoffers hielden een rookpauze op de stoep van het oude onderkomen van het satirische blad. Ook Mahmood profiteerde van het ruimhartige Franse vreemdelingenbeleid. Hij loog dat hij minderjarig was toen hij drie jaar geleden in Parijs aankwam. De betrokken autoriteiten geloofden hem niet, maar hij kreeg – gebruikelijk in dit soort gevallen – het voordeel van de twijfel en werd toevertrouwd aan de kinderbescherming. De kosten van een minderjarige vreemdeling bedragen naar schatting 50.000 euro per jaar.

Tot slot loont het de moeite even stil te staan bij de Soedanese asielzoeker Abdallah Ahmed-Osman. Ahmed-Osman stak, onder het uitroepen van de bekende religieuze kreet, in april twee mensen dood in het plaatsje Romans-sur-Isère. Een katholieke hulporganisatie hielp Ahmed-Osman in Romans – dat bekend staat om zijn schoenenproductie –  aan een appartement en een baan als leerbewerker. Een van zijn slachtoffers – Julien Vinson, de eigenaar van een vrij bekend theater-café – overleed voor de ogen van zijn 13-jarige zoon.

Natuurlijk waren er de afgelopen jaren ook home grown terrorists die hun leven doorbrachten in een van Frankrijks beruchte flatwijken. De broers Kouachi bijvoorbeeld, die in januari 2015 de profeet op de redactie van Charlie Hebdo kwamen wreken. Of Amédy Coulibaly, die vier bezoekers van de Joodse supermarkt Hyper Cacher en een politieagente vermoordde.

Toch weegt ook in al deze gevallen de ideologie veel zwaarder dan de de veronderstelde beroerde omstandigheden. Het jihadisme is immers een mondiale beweging. Sinds 1979 werden wereldwijd 33.769 islamistische aanslagen gepleegd waarbij 167.096 doden vielen. Wie zich in het licht van deze cijfers – verzameld door de Franse liberale denktank Fondation pour l’innovation politique – blind blijft staren op het integratiebeleid of het ‘harde Franse secularisme’, die heeft toch echt iets gemist.

Daarbij is het eenvoudig niet geloofwaardig dat iemand kelen gaat doorsnijden uit frustratie over het hoofddoekverbod op Franse openbare scholen. Of vanwege een gemiste stageplaats. Want mochten onvrede met dit voorschrift of deprivatie werkelijk de motor zijn achter de jihad, dan waren de problemen nog veel groter geweest.

Voor wie toch nog twijfelt: de Arabisch sprekende socioloog en jihadisme-specialist Hugo Micheron haalde de slachtoffer-theorie dit jaar nog door de gehaktmolen in een magistrale studie. Voor zijn boek  Le Jihadisme Français, Quartiers, Syrie, Prisons dook de auteur onder andere twee jaar onder in Franse gevangenissen waar hij meer dan tachtig jihadisten uitgebreid sprak.

Maar het is vooral Micherons analyse van de geografie van het radicalisme die een mokerslag moet zijn voor alle Frankrijk-bashers. Tussen 2012 en 2018 kwam 71 procent van de meer dan 5000 Syriëgangers uit de Europese Unie uit vier landen: Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland en België. Frankrijk was goed voor 32 procent, 1900 van de ruim vijfduizend. Op de tweede plaats volgden de Duitsers (960 personen,  16 procent) en de Britten met 850 personen (14,5 procent ) en uit België kwamen er 500, 8,5 procent. België was wel de grootste leverancier van ISIS, gemeten naar het aantal jihadisten per hoofd van de bevolking. Frankrijk voert de lijst aan. Maar als we kijken naar het aantal jihadisten per hoofd van de bevolking, dan bezetten België, Nederland en Denemarken de eerste drie plaatsen. En dat ondanks het feit dat Frankrijk de grootste moslimbevolking van de EU heeft, naar schatting tussen de vijf en zes miljoen mensen.

Als we inzoomen op Frankrijk blijkt dat er uit sommige gebieden veel personen naar Syrië vertrokken, maar uit andere juist weer niet. Opvallend is dat bijna iedereen afkomstig is uit maar vijftien kantons, heel kleine stukjes van een departement (provincie). En binnen die kantons blijken de jihadistische netwerken zich te bevinden in bepaalde gemeenten terwijl er bij de buren niets aan de hand is. En in de gemeenten mèt jihadisten, gaat het vaak maar om één bepaalde flat of groepje huizen.

Hetzelfde geldt voor België. Hier bleek 75 procent van de jihadisten afkomstig uit maar vijf Brusselse stadsdelen.

Dit alles bevestigt ten eerste dat het geen zin heeft om het jihadisme te herleiden tot de laïcité, want die ontbreekt immers in de drie andere landen.

Ten tweede: de geografie van de ‘vertrekkers’ valt niet samen met die van de problematische voorsteden. Zo vertrokken er uit twee wijken van Trappes in de regio Parijs 85 jihadisten naar Syrië. Een nationaal record dat Trappes de bijnaam Trappistan opleverde. Maar het vlakbij gelegen Chanteloup-les-Vignes – toevallig de buurgemeente van de auteur van dit artikel – zag

Zo zijn er meer voorbeelden. Het plaatsje Lunel (25.000 inwoners) in het diepe zuiden werd in 2014 opeens uitgeroepen tot jihadhoofdstad van Frankrijk. Lunel bracht 25 vertrekkers voort. Terwijl op hetzelfde moment, in de meest ruige stadsdelen van Marseille – tien keer zo dichtbevolkt als Lunel – er geen enkel duurzaam netwerk tot stand kwam. België vertoont hetzelfde beeld. De Belgische strijders kwamen uit Brussel, Antwerpen en Vilvoorde en nauwelijks uit het veel armere Wallonië.

De conclusie van Micheron: met sociaal-economische factoren moet je rekening houden, maar ze verklaren op zichzelf niets. Het is veel leerzamer om te kijken naar de mondiale opleving van de politieke islam zoals die in de jaren zeventig van de vorige eeuw gestalte kreeg, dat wil zeggen de ideologie van de Moslimbroederschap en het salafisme. In Europa was Londen het centrum van die dynamiek in de jaren negentig en nu moeten we het zwaartepunt volgens Micheron zoeken in Molenbeek en Istanboel.

En natuurlijk is het internet de grote bewaarplaats geworden voor belangrijke islamistische teksten, de jihadistische cultuur en de rekrutering van strijders van Allah. Niets van dit alles is exclusief Frans.

De jihadistische levensbeschouwing legt de nadruk op een nooit eindigend conflict tussen moslims en niet-moslims. Het westen is een vijand die de islam probeert te vernietigen met alle mogelijke culturele, economische en militaire middelen. Het enig juiste antwoord hierop is – volgens de jihadisten – een gewelddadige confrontatie.

Daaronder vallen ook individuele acties zoals die in Conflans-Sainte-Honorine en Nice waar geen verschil wordt gemaakt tussen soldaten en burgers. Vanwege de militaire zwakte van moslims in de veronderstelde confrontatie met het Westen, is terreur een noodzakelijke strategie om de tegenstander te intimideren en te demoraliseren om hem zo tot onderwerping te dwingen.

Gelukkig, zegt Micheron, verwerpt een grote meerderheid (71 procent) van de Franse moslims het jihadisme. Hij verwijst naar opinieonderzoek waar uit af te leiden is dat er zo’n 20.000 Franse  voorstanders van jihadistisch geweld zijn, ongeveer 1 op de 250 moslims. Het is een aanzienlijke uitdaging meent hij, want het aantal is in vergelijking met twee decennia terug gegroeid.

Micheron heeft ook nog iets te zeggen over onze Amerikaanse vrienden. Hij vermoedt dat de ideologische polarisatie in de VS journalisten heeft verblind waardoor ze zoals McAuley in staat zijn om ons grote hoeveelheden onzin te verkopen. De Frankrijkhaat is dus projectie van de eigen ellende.

Daar zou je aan toe moet voegen dat de bewering dat het gewelddadige islamisme niet los is te zien van racisme niet alleen misleidend, maar ook pervers is. En nog gevaarlijk ook, want het is precies de boodschap die islamisten verkondigen. Want juist zij doen niets anders dan Europese moslims wijsmaken dat zij een vervolgde minderheid zijn en dat hun religie – als het echt moet – om opoffering vraagt.

Vandaar dat Emmanuel Macron het er niet bij liet zitten en belde met de New York Times en de Financial Times die al deze kwalijke praatjes onder het mom van ‘kritische journalistiek’ hebben verspreid. Hij pikte het niet dat zijn land – soms direct, soms op een uiterts malicieuze, indirecte  manier – de schuld kreeg voor de onbeschrijflijk gewelddadige dood van Paty en de slachtoffers van Nice. En gelijk heeft hij.

Lisez l’article sur tpo.nl